Waarom een kinderfotograaf pedagogiek zou moeten kennen

Door Kim Bartean-Leijten | Moments by Kim

Je staat een halve meter achter de fotograaf en je ziet het gebeuren. Je kindje verstijft zodra de camera omhooggaat.

De fotograaf bedoelt het goed. Hij probeert het nog een keer, wat vrolijker deze keer, met een geluidje erbij en een grapje over zeg eens cheese, en jij voelt naast je hoe je kindje bij iedere poging een stukje verder wegzakt. Je wilt iets zeggen. Je weet alleen niet goed wat, want iedereen doet zijn best en het duurt nu al zo lang.

Dat moment ken ik. Ik heb het honderden keren zien gebeuren,en het is de reden waarom ik vind dat enige kennig over pedagogiek een MUST is voor iedere kinderfotograaf.

Een fotoshoot vraagt precies wat gevoelige kinderen het lastigst vinden

Zet het eens op een rij vanuit je kindje. Er staat een vreemde in huis. Die vreemde heeft een groot apparaat voor zijn gezicht waar je niet in kunt kijken. Er wordt iets van je verwacht en je weet niet precies wat. Je ouders zijn gespannen, want die willen dat het lukt, en dat voel je feilloos aan. En ergens boven dit alles hangt het besef dat er weinig tijd is.

Voor het ene kind is dat een leuk avontuur. Voor een kind dat alles binnenkrijgt, is het vier prikkels tegelijk terwijl er ook nog gepresteerd moet worden.

En dan komt er een moment waarop het niet meteen lukt, en waarop iemand besluit om het toch te proberen. Dat is het punt waar het misgaat, en het gaat op vijf manieren mis.

1. Het gezichtje gaat op slot

Dit is de meest voorkomende. Je kindje doet wat er gevraagd wordt: de mondhoeken gaan omhoog. Alleen doen de ogen niet mee.

Je herkent het pas goed als je de foto's later terugkijkt. Er staat een kind te lachen en toch is het er niet helemaal. Ouders zien dat vrijwel altijd, ook als ze het niet in woorden kunnen vangen. Ze zeggen dan iets als: mooi hoor, maar dit is hem niet echt.

Dat is precies wat er gebeurd is. Je hebt een gezicht gefotografeerd dat op slot zat.

2. Het wordt juist wilder

De omgekeerde reactie, en die wordt bijna altijd verkeerd gelezen. Je kindje gaat harder praten. Springt van de bank. Trekt gekke bekken, roept dingen, luistert nergens meer naar.

Van buiten lijkt dat aanstellen. Van binnen is het een systeem dat overloopt en ergens heen moet. Er wordt dan vaak gezegd dat je kindje het gezellig maakt of juist dat het te druk wordt, en in allebei de gevallen wordt er strenger gestuurd. Terwijl dit het moment is om het juist stiller te maken.

3. Je kind kruipt weg

Achter je been. Onder de eettafel. In de kraag van zijn eigen jas.

Wegkruipen is duidelijke taal: ik heb even ruimte nodig. Wat er dan vaak gebeurt, is dat er zachtjes aan een arm getrokken wordt, met een stem die vrolijk blijft klinken, want kom op, we zijn er bijna.

Je kindje leert daar iets van, en dat is het echte probleem. Het leert dat wegkruipen geen antwoord oplevert.

4. Het doet gewoon mee

Dit is de lastigste, want het lijkt op succes. Je kindje gaat zitten waar het moet zitten, kijkt waar het moet kijken en doet keurig wat er gevraagd wordt.

De fotograaf is tevreden. Jij bent opgelucht. En toch is er iets wat niet klopt: wat je hebt gekregen is meewerken, geen ontspanning. Een kind dat zich helemaal inhoudt, ziet er op een foto meestal keurig uit en zelden herkenbaar.

5. Het stort in zodra jullie klaar zijn

In de gang. In de auto. Of pas om zeven uur 's avonds, als er iets kleins misgaat en er ineens een half uur huilen achteraan komt.

Je kindje heeft zich anderhalf uur ingehouden. Dat kost energie die er ergens uit moet, en het komt er thuis uit, bij jou, omdat het bij jou veilig genoeg is.

De rekening komt later

Wat je overhoudt aan een doorgeduwde shoot is een set foto's waar je iets aan mist. Je kunt er meestal niet de vinger op leggen en je bestelt ze toch, want er moet nu eenmaal iets aan de muur.

Er is nog iets wat blijft hangen. Je kindje onthoudt dat een camera hoort bij aandringen. De volgende keer begint het verzet daarom niet in de woonkamer, het begint al bij de voordeur, en dan is er nog niets gebeurd.

En dan is er de conclusie die ouders over zichzelf trekken. Wij zijn geen fotogeniek gezin. Bij ons lukt dit gewoon nooit. Die zin krijg ik voor bijna elke shoot te horen, en hij klopt nooit.

Waarom ik pedagogiek belangrijker vind dan techniek

Ik werkte twaalf jaar in de kinderopvang voordat ik fotograaf werd, waarvan vier in het montessorionderwijs met hooggevoelige en hoogbegaafde kinderen. Daar leer je één ding dat alles verandert: gedrag is communicatie.

Wegdraaien is een zin. Stil worden is een andere zin. Harder gaan praten is er weer een. Wie die zinnen verstaat, gaat vanzelf langzamer werken, omdat je ziet dat je kindje nog bezig is.

Een cursus fotografie gaat over licht, compositie en bewerken. Dat is prachtig vak en het bepaalt bij een gevoelig kind bijna niets.

Wat er gebeurt als je wél wacht

Ik kom binnen en ik ga op de grond zitten. Mijn camera blijft naast me liggen. De eerste minuten praat ik alleen met jou, over school, over de week, over niets bijzonders, terwijl je kindje op zijn eigen afstand bekijkt wie ik ben.

Dan komt er iets. Een blik die iets langer duurt. Een stap dichterbij. Een vraag over dat grote ding dat naast me ligt.

Dat is het moment waarop de shoot begint. Alles wat daarvoor gebeurde was het werk.

En dan krijg je de foto die je thuis herkent, omdat je kindje er is zoals je hem kent aan de ontbijttafel. Puur, ontspannen, zichzelf.

Bij mij mag het anders

Er staat bij mij geen klok. Slapen, drinken, opnieuw beginnen, tien minuten naar het gras kijken zonder dat er iets gebeurt: het mag allemaal. En heeft je kindje zijn dag niet, dan stoppen we en plannen we een tweede moment, zonder bijbetaling.

Wil je weten hoe dat er bij jullie uit zou zien? Stuur me gerust een bericht, dan denk ik met je mee. Ook als je nog nergens toe besloten hebt.

Eerst het kind. Dan de camera.

Volgende
Volgende

Mijn kind wil niet op de schoolfoto — en waarom dat logisch is