Wanneer overprikkeling eruitziet als ongehoorzaamheid
Door Kim Bartean-Leijten
Je vraagt je kindje iets simpels. Schoenen aan, jas dicht, we gaan. En wat je terugkrijgt is geen "ja mama", maar verzet. Tranen misschien. Of een lichaampje dat instort op de grond.
Het is verleidelijk om dat te lezen als koppigheid. Als een kind dat even geen zin heeft.
Maar bij een hoogsensitief of overprikkeld kind is er vaak iets anders aan de hand. Het zenuwstelsel heeft die dag al zoveel binnengelaten: het geluid op school, de drukte in de gang, een blik die net iets te lang duurde, een geur die niet klopte. Al die kleine dingen stapelen zich op, onzichtbaar, tot er geen ruimte meer over is voor nóg een vraag. Ook niet voor een simpele.
Wat er dan gebeurt, is geen ongehoorzaamheid. Het is een systeem dat vol is.
Het verschil zit in hoe je het benadert.
Een kind corrigeren op het gedrag maakt het meestal groter, omdat het gedrag niet het probleem is, maar het gevolg. Wat helpt, is ruimte geven om eerst te landen. Even niets vragen. Even samen zijn, zonder dat er iets van je kindje verwacht wordt.
Pas als dat er is, komt de rest vanzelf.
Dit is ook precies waarom ik tijdens een shoot nooit haast maak.
Een kind dat zich verzet, vraagt niet om een strengere aanpak.
Het vraagt om iemand die begrijpt wat er onder dat verzet zit.